Er liggen heel wat kansen voor de Nederlandse tuinbouw in het produceren van producten voor het etnisch marktsegment. Het aandeel allochtonen in de bevolkingssamenstelling van de steden is immers sterk toegenomen. Vooral wanneer het komt tot samenwerking met allochtone ondernemers in grote steden, biedt deze markt pas echt perspectief. Dat concludeert het LEI.
De Nederlandse steden hebben de jongste decennia grote veranderingen ondergaan in bevolkingssamenstelling. Zo is alleen al in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag één op drie inwoners een niet-westerse allochtoon. Tot voor kort waren dat vooral Surinamers, Marokkanen, Antillianen en Turken, ondertussen zijn daar ook Polen en Chinezen bijgekomen. Daardoor is de vraag naar etnisch voedsel vanuit de steden toegenomen.
Etnisch voedsel is voedsel dat verband houdt met of een uitdrukking is van een bepaalde cultuur of van een bepaalde culturele, religieuze of nationale achtergrond. Volgens onderzoek van Rabobank uit 2007 blijkt dat er jaarlijks 2,7 miljard euro wordt omgezet op de Nederlandse markt voor etnisch voedsel en dat de jaarlijkse groeiverwachting ongeveer 3,5 procent is. Volgens de onderzoekers biedt deze markt dus heel wat kansen voor de Nederlandse land- en tuinbouwers.
Het LEI concludeert dat deze allochtone bevolking open staat voor in Nederland geteelde, etnische producten, zeker als er een goede prijs-kwaliteitverhouding is. Omdat het lastig is voor landbouwers om in contact te treden met deze allochtone bevolkingsgroepen, is het volgens de onderzoekers aangewezen dat ze contact zoeken met etnische ondernemers uit grote steden. “Op die manier kan de landbouw een nieuwe, specifieke afzetmarkt voor etnisch voedsel creëren.”
Klik hier om dit bericht naar een collega door te sturen.
"We verketteren elkaar veel te veel in de tuinbouw", zegt Thijs Jasperse in deze editie van KAS Magazine. Volgens hem heerst er te veel negativiteit in de sector.